FOTOGRAFIE


Rond mijn 10e kreeg ik een Kodak Instamatic cadeau. Ik ging er flink mee aan de gang. Een van die oude foto’s hangt nog altijd in mijn werkkamer: hij toont Laura, mijn favoriet van de vier honden die wij destijds hadden. De blauwe vlek is geen hemellichaam: op die plek zit al sinds jaar en dag de punaise.

laura

 

Vanaf 1981 had ik twee opeenvolgende spiegelreflexen, van het financieel bereikbare Oost-Duitse merk Praktica. Ik maakte dia’s, maar had pech: beide camera’s gingen snel kapot. Ik besloot pas weer te gaan fotograferen, als ik mij een wat duurdere camera kon permitteren. Voor langere tijd nam de literatuur het voortouw.

 

*

 

Voor mijn tweede reis naar Zuid-Korea (in 1999) leende ik een rits-rats-klik. Twee jaar eerder had ik ontdekt, hoe extreem fotogeniek het land was, met zijn voor normale ogen spuuglelijke maar toch uitermate levendige stedelijkheid. De tweede reis, die me ook buiten de steden bracht, leverde een handjevol aardige beelden op, en ik kon er niet meer omheen: ik kocht een Minolta spiegelreflex. Mijn Korea-reis van 2002 leverde een flinke stroom foto’s op, minstens bedoeld als geheugensteun voor De windbel, waaraan ik toen bezig was.

vrouw te Yeosu

Tegelijkertijd stak het oude verlangen naar serieuze, beeldende fotografie weer de kop op. Die zocht ik aanvankelijk vooral in het gedachte van het onbeduidende beeld: dingen van niks binnen scherpe compositie, in kleur.

Travemünde

 

*

 

Dat streven stuitte op mijn ontdekking van het werk van William Eggleston (in Wat een romantische droom schreef ik over hem): die had precies daarvan zijn levenswerk gemaakt, op verbluffende wijze. Van 2007 tot 2010 nam ik de camera enkel met grote twijfel ter hand.

In 2011 stapte ik over op een digitale Sony, nadat ik andermaal een plek had ontdekt die uitermate fotogeniek leek: Boekarest, waar ik in 2010 en 2011 verbleef, voor een nog te publiceren roman-manuscript.

 

*

 

De leidraad van het onbeduidende beeld werd losgelaten. Sinds 2012 maak ik bij voorkeur series rond specifieke thema’s. Drie zijn inmiddels voltooid.

De eerste, Biotoop Bahnhof, gaat over spoorstations in Noordrijn-Westfalen. Het is een uitvloeisel van Nazi te Venlo, het boek rond mijn Duitse overgrootvader die werkzaam was op het Duitse station ten Venlo. Met de camera verkende ik de huidige staat van zijn beroepsverleden. Een boekuitgave is in voorbereiding.

De tweede reeks, Bongerd, is gewijd aan een oude appelboomgaard bij mij in de omgeving. Een boekuitgave is in voorbereiding.

Nummer drie, Gratis bewaakt, gaat over bewakingscamera’s in de openbare ruimte, meer specifiek die van Nijmegen.

Daarbij blijft het niet.