Deze rouwmoedige schoonheid


Deze rouwmoedige schoonheid, poëzie, Querido 2005
– genomineerd voor Ida Gerhardt Poëzieprijs 2006

“poëzie voor echte liefhebbers – raadseltaal voor wie geen antwoorden zoekt, maar zich mee wil laten slepen”
-Arie van den Berg, NRC Handelsblad

“een alternatieve Rough Guide die niets verklapt en zelf al een reis is”
– Johan Sonnenschein, Awater

“Als de dichter al een sjamaan zou kunnen zijn, dan Hüsgen in deze bijzondere bundel.”
Paul Demets, De Morgen

 


*

 

Eind in de richting

Er is een tent gebouwd. Tussen
twee steden in, ergens anders
dan naast de snelweg, of ook
misschien, toepasselijk genoeg,
daar verder van vandaan, ad rem,
het moet ad rem gedacht, maar:

zal de tent gebouwd blijven? Bezit
zij – gaan de wolken zich nu – water
sijpelt (niet lang meer) de zon is
opgekomen, ach nee: het is veeleer
het geval dat (hoe moet ik nu de
heuvels nog over, ik) lig hier maar
en wacht af of ik nog – mijn gewaden,
druipnat zijn mijn gewaden, en zwaar.
Hoe keer ik ooit nog weerom? Door
de velden misschien? Er zijn geen
velden, er zijn vochtige akkers, er

wacht mij een snelweg, en een
slingerende tweebaansweg die zich
daar naartoe begeeft! Onder de bomen,
de kersenbomen, door. Hoe raak ik nu
de taxi uit, ik, moet straks weer de
heuvel op, voorbij aan de – het vliegtuig,
nee ik bedoel de universiteit, verkrampt,
het gevoel in mijn pols, wanneer houdt

dat gevoel van verkramptheid, dat
gevoel van- mijn gewaden, ze wachten
erop dat ik omkijk naar de – spierballen
in een donkerblauw T-shirt, het meisje
met de zonnebril loopt de trappetjes af, ze
is hier thuis, hij weet hier heg noch steg.
het is altijd in deze stad dat ik het woord
neem en geloof ik – mijn gewaden, waarom?