Cotten, Kronauer, Zwamborn


Vorige week verscheen dan De huiverende waaier van Ann Cotten in mijn vertaling bij uitgeverij Leesmagazijn.

*

Eerder dit jaar publiceerde ik op de website van DW B een vertaling van het korte verhaal De gastvrouw van Brigitte Kronauer.

Hoor je dat? Zo niet, dan maakt dat niet uit: daar, opnieuw: ‘weewijewewee, weewijewewee!’
Dat moet ons soort mensen hier elke nacht, elke nacht een paar keer zien uit te houden, gefluisterd, gerocheld, gehuild, gebruld. Zou jij het niet kunnen verdragen? Dat leer je vanzelf! Onder bepaalde omstandigheden wen je eraan, ben je zelfs dankbaar, dat je niet buiten in de ijzige, bijgeval behoorlijk gevaarlijke stilte ligt, in de stilte die in een handomdraai eeuwig kan zijn.
Ben jij een van die lui die vaak op perron 14 staan te wachten op de internationale trein? Kun je zien, je bent precies zo’n figuur, wat zal ik zeggen, op en top van kop tot teen. Je kleuren. Je heel persoonlijke stijl: alle nuances tussen grijs en zwart. Je houding: zo geconcentreerd als je gelaatsuitdrukking, als je manier van lopen. Geen stofje valt er aan je te vinden, ook als je nog snel koffie uit een kartonnen beker drinkt, ja zelfs licht en beheerst koukleumend in een croissant bijt. Je hebt de dingen in de smiezen, je driften onder bedwang, en dat allemaal heel terloops. Je koffer, donkerblauw of zwart op wieltjes natuurlijk, rrrrrrrrr, die jij zo charmant aan ons voorbijtrekt, is in zekere zin gemaakt van jouw officiële vlees en bloed. Perfect. En perfect drukt hij jou uit. Waar worden jij en jouw collega’s toch gefabriceerd en, als ik dat zo zeggen mag, trouw nageleverd?

Voor meer, zie ter plekke.

*

Nog wat eerder verscheen bij De Reactor mijn recensie van Wieren van Miek Zwamborn.

Persoonlijke documentaires, zo zou je het proza van Miek Zwamborn (1974) kunnen noemen. Al sinds haar debuut Oploper (2001) houdt zij zich nauwgezet en beeldend bezig met telkens nieuwe aspecten van de werkelijkheid, met speciale aandacht voor de wisselwerking tussen mens en natuur. Daaraan voegt ze nu Wieren toe. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat dat boek over die taaie en sierlijke lagere planten die wij als wieren of algen kennen en die, zoals zij vertelt, al 1,7 miljard jaar op aarde zijn.

Ik herinner mij een gesprek waarin Zwamborn in het midden liet of haar debuut stoelde op eigen ervaring of een product van de verbeelding was. Dus ik houd een slag om de arm als ik zeg dat de ik-figuur in het nieuwe boek alleszins de indruk wekt Zwamborn zelf te zijn, maar het zou dus kunnen dat ze nooit een tijd op het Schotse eiland Mull heeft doorgebracht. Die ik-figuur kwam daar niet terecht vanwege de wieren, maar leerde ze er wel waarderen. Al snorkelend en strandjuttend verdiept ze zich steeds verder in hun bestaan. Zwamborn bericht daar zo plastisch en direct over dat je al vanaf de eerste pagina een grote nabijheid voelt. Als dit al fictie is, dan voelt ze toch als heel accurate non-fictie.

Voor meer, zie ter plekke.