Verdwenen bak en dar


In de Nijmeegse openbare ruimte blijkt dit jaar een gedicht door ambtelijk proza te zijn vervangen, door Dar, de plaatselijke vuilnisophaler. Jammer, het was elke herfst weer een genoegen, dat beknopte tweeregelige gedicht met vier lettergrepen. Nu staat op de rasters ‘Bestemd voor bladafval’ et cetera. Maar ooit was het:

Bak vol
Bel Dar

De concieze, epigrammatische precisie werd te hermetisch. Te veel mogelijkheden stonden open. Voor je het weet, probeert zo’n Nijmegenaar een dar te bellen, en wat weet zo’n insect nou van vuilnis ophalen? Zo’n dar kan niet veel meer dan een beetje paren met de koningin: die laat zich voor dat soort klusjes niet van zijn genoeglijke routine afbrengen, en dan: welke dar heeft er nou een telefoon?
En dan die bakken. Die bakken moesten blijkbaar vol, maar waarmee? Voor je het weet, gooien die Nijmegenaren alle denkbare rotzooi in. Terwijl er echt alleen maar blaadjes en takken in mogen. Van die bruine, gele blaadjes, van die herstblaadjes: dat moet je wel duidelijk maken aan die stomkoppen. Je kunt toch niet een gedicht aan komen zetten? Dat leidt maar af: fietsers knallen tegen de stadsbus op; automobilisten rammen de rasters.

Dat is nu voorkomen. Duidelijkheid en rechtlijnigheid hebben gezegevierd. Het ritme is gewist.
De poëzie? Iets voor festivals. Niet voor de vervlechting met gevallen herfstbladeren.