Han Yong-un: drie verdere gedichten


Het nieuwe nummer van nY, deels gewijd aan het natie-begrip, bevat ook een artikel van mijzelf rond de Koreaanse dichter Han Yong-un (1879-1944).

Niet alleen was hij dichter, maar ook vooraanstaand boeddhistisch intellectueel en belangrijk vertegenwoordiger van de Koreaanse onafhankelijkheidsbeweging onder de Japanse kolonisatie.
Mijn tekst plaatst zijn poëzie in het perspectief van dat boeddhisme, maar ook in dat van het Koreaanse nationalisme en de Koreaanse geschiedenis. Daarbij gaat het overigens maar om één enkele bundel, Het zwijgen van de geliefde, verschenen in 1926. In de Koreaanse literatuur heeft hij echter klassieke status. Mijn verhaal moge duidelijk maken waarom.

Het artikel wordt aangevuld met enkele vertalingen uit die bundel. Een drietal gedichten kon wegens plaatsgebrek niet in datzelfde nummer van nY worden opgenomen. Die staan hier onder.
Voor de rest, koop nY#18.

Overigens: al was het bovendien maar om de door Matthijs de Ridder gepleegde vertaling van enkele pagina’s uit een van de meest indrukwekkende boeken, mij bekend, In Parenthesis van David Jones, een hier te lande al te weinig gelezen gedichtroman, handelend over de Eerste Wereldoorlog, daar tegelijkertijd ver boven uitstijgend. Een boek zoals het hoort.

EDIT: Inmiddels staat het stuk over Han Yong-un op nY-web, evenals de bijbehorende vertalingen.

————————————

 

VAARWEL

Ach, de mens is zwak. Is breekbaar. Is listig.
In deze wereld kan geen waarachtig, liefdevol vaarwel bestaan.
Welk vaarwel bestaat er voor een geliefde en een geliefde die de liefde verruilen voor de dood?
De tranen van het vaarwel zijn een bloem van waterbubbels, een gouden druppel.

Waar is toch de kus van het door een mes aangesneden vaarwel?
Waar is toch de uit de bloem van het leven gebrouwen azaleawijn van het vaarwel?
De tranen van het vaarwel zijn het sieraad van de vervloeking, het kristal van de leugen.

Voor het vaarwel van de liefde is er aan de overzijde van het vaarwel beslist een grotere liefde dan de liefde die afscheid neemt.
Al is het geen rechtstreekse liefde, er is nog altijd indirecte liefde.
Anders gezegd, meer houden van jezelf dan van de minnaar die afscheid neemt.
Houd je meer van de geliefde dan van je eigen leven, dan is er geen vaarwel van de liefde waardoor het wiel van de tijd dat de eeuwigheid doet wentelen, bemost raakt.

Nee, niets daarvan. Ruimschoots grootser dan ‘echt’ of de dood in de liefde van de echte geliefde, is het vaarwel.
Noemen we de dood een druppel koude dauw, dan is het vaarwel een bloemenregen van duizend stelen.
Noemen we de dood een stralende ster, dan is het vaarwel een heilige zon.

Om meer te houden van de geliefde dan van het eigen leven kan men niet sterven.
Voor waarachtige liefde is het alleen leven een grotere wederopstanding dan de dood.
Het vaarwel is de grootste pijn die voor de liefde niet kan sterven, is dankbaarheid.
Daarom treurt de geliefde meer om het vaarwel dan om de dood van de geliefde.
Daarom is de liefde niet enkel een helder kaarslicht of iets dat alleen bestaat in blauw water maar bevindt zij zich ook in de abstractie die elkaar als verre zielen verlicht.
Zo kan men in de dood de beminde geliefde niet vergeten en denkt men aan hem bij het vaarwel.
Zo kan men in de dood de beminde geliefde niet vergeten en huilt men bij het vaarwel.
Zo kan men voor de geliefde de wrok van het vaarwel niet met de blijdschap van de dood terugbetalen en verdraagt men haar via de pijn van het verdriet.
Zo kan de liefde absoluut niet sterven en is er absoluut geen grotere liefde dan de liefde die afscheid neemt.

En waarachtige liefde kent geen oord.
Waarachtige liefde bemint niet enkel de omhelzing van de geliefde, maar ook het afscheid van de geliefde.

En waarachtige liefde kent geen tijd.
Omdat waarachtige liefde geen onderbreking kent, is het vaarwel enkel het vlees van de geliefde, is de liefde eeuwigheid.

Ach, in de liefde voor de waarachtige geliefde biedt de dood het mes, biedt het vaarwel de bloemen.
Ach, de tranen van het vaarwel zijn het ware, het goede, het schone.
Ach, de tranen van het vaarwel zijn Boeddha, Mozes, Jeanne d’Arc.

 


*

 



IK ZAG JOU

Sinds jij bent weggegaan, kan ik je niet vergeten.
Dat is meer vanwege mezelf dan vanwege jou.

Doordat ik geen land heb om te ploegen of te zaaien, is er geen oogst.
Toen ik niets voor de warme maaltijd had, ging ik bij de buren gierst of aardappels lenen, maar de buurman zei: ‘Bedelaars hebben geen persoonlijkheid. Mensen zonder persoonlijkheid hebben geen leven. Jou te helpen is een misdaad.’
In de tranen die vloeiden toen ik dit hoorde en weer naar huis ging, zag ik jou.

Omdat ik geen huis heb, en om nog meer redenen, sta ik niet geregistreerd.
‘Wie niet geregistreerd staat, heeft geen rechten als mens. Waarom zou ik mij fatsoenlijk gedragen tegenover jou, als jij als mens geen rechten hebt?’, zo probeerde een generaal mij te beledigen.
Op het moment dat mijn woeste woede om anderen overging in verdriet om mijzelf, nadat ik mij tegen hem verzet had, zag ik jou.

Ach, ik doorzag hoe alle ethiek, deugd en wet rook zijn als opgeofferd aan zwaard en goud.
Toen ik twijfelde of ik de eeuwige liefde zou accepteren, met inkt de eerste bladzij van de menselijke geschiedenis zou besmeuren, dan wel mij bezatten zou, zag ik jou.

 

*

 


HET GEHEIM VAN HET BORDUURSEL

Ik maakte je kleren.
Ik maakte een jas, maakte een kamerjas, maakte een nachthemd.
Het enige wat ik niet maakte, is het borduursel op de kleine broekzak.
Die broekzak zit onder het vuil van mijn handen.
Dat komt doordat ik borduur, het werk weer neerleg, borduur, en het werk weer neerleg.
Anderen gaan ervan uit dat ik niet met de naald overweg kan, maar buiten mij kent niemand dit geheim.
Als ik met pijnlijk brandend hart borduur, dan volgt mijn hart de gouden draad, het haalt hem door het oog van de naald; een helder lied ontstijgt aan de broekzak, en wordt mijn hart.
En nog is er in deze wereld geen schat die het verdient in de broekzak te worden ondergebracht.
Niet enkel kan ik deze kleine broekzak niet maken doordat ik hem niet wil maken, ook maak ik hem niet omdat ik hem maken wil.