Waterhouse: De muis van onze eeuw


Voor mijn optreden tijdens de Nacht van de Poëzie 2010 bij Perdu vertaalde ik een gedicht van de in Berlijn geboren, nu in Wenen woonachtige dichter Peter Waterhouse (geboren in 1956).
Naast poëzie schrijft hij ook romans, essays en drama. Bovendien is hij, overigens zoon van een Britse vader en een Oostenrijkse moeder, actief als vertaler vanuit het Engels.

Het vertaalde gedicht stamt uit de omvangrijke bundel passim uit 1986. Daarin wordt de taal nuchter, ironisch maar toch ook met ingehouden romantiek in gang gezet als een onafhankelijke machine. Dit gedicht is daar een typisch voorbeeld van.

—-

 

 

De muis van onze eeuw

Wij zijn de lettergreep muis, en dat is gegrond. Wij eten kaas
en denken gul. Hiermee is al wat gezegd
ook al zijn wij erg sprakeloos. Wij hebben een duidelijke neus. Die
richt zich tot de hemel en ademt veel. In de grond van de zaak
is nu alles gezegd. In de grond van de zaak wil zeggen: onderin, daar
waar de muizen lopen, de lettergrepen, de stille kaashandelaren
het explosieve landschap, waar wij branden zonder te branden
verdrinken waterloos, men ons wurgt als geen mens die niemand
de messen van de katten ons verscheuren, nu zegt men muis
recht voor zijn raap, en dat klinkt terloops, definitief, mooi. O
er is iets gebeurd, ik heb twee ogen
ik sta op benen, nagetelde schoenen, broek, hemd. Wie
heeft er zoiets al eens gezien? Hier is de grens, nu
zeggen wij muis.

Muis.
Dat is genoeg. Er valt niets te zien. Een volledig bewustzijn. Waarover handelt dat?
Zo gaat het verder. Een soort de deur inslaan.
Een soort einde van de dag.
Een soort laatste etage. Het einde van een gedicht. De starheid van een standbeeld.
Hier wordt klaarblijkelijk gewacht. In het wachten zijn wij herkenbaar. Toch
is het wachten een niet-wachten. De bushaltes zijn enkel maar
de naar boven gekeerde kelders. De donkere gangen
maken een lichte stad. De nacht is een dag zonder licht zo lumineus. Waar
wij zijn, zijn wij niet. Het is mooi
om een schaduw in de straal te zijn. Wie straalt er?
Er is niets gebeurd, niet te vergeten de twee ogen
de benen, nagetelde schoenen, broek, hemd, hemel. Muis, dat is genoeg
en toch is het ook weer niet genoeg.