Jans verdwenen bomen


Overigens: de hieronder genoemde Nijmeegse GL-wethouder Jan van der Meer zal toch al nooit mijn favoriete politicus worden. Hij heeft mijn straat van een wonderschone bomenrij beroofd. De aanblik van die rij bomen, met hoog oprijzende takken, hun diepdonkergroene bladeren, flink uit de kluiten gewassen, was elke ochtend (en dat meer dan twintig jaar lang) weer reden tot grote blijdschap. Goed, er is in mijn buurt het een en ander voor teruggekomen, in de vorm van een parkcomplex, enig nieuw groen en zelfs enkele bijzondere bouwwerken, dusdanig dat ik al bijna bereid ben te accepteren dat de bomenrij zelf werd vervangen door parkeerhavens, maar desalniettemin: de bijna fysieke pijn aan mijn ogen, ja alsof ze werden opengescheurd en er tegelijkertijd naalden in gestoken werden, ondergaan op de eerste ochtend dat de bomen waren verdwenen, zal ik niet licht vergeten.

Toen ik oktober vorig jaar terugkeerde van twee weken Boekarest, bleek de groene gemeente Nijmegen weer snoeihard te hebben toegeslagen. Langs de nabije kanaaldijk hadden weer tal van bomen het loodje gelegd.
De ogen herinnerden zich maar al te goed hun pijn van goed een jaar tevoren. Ik ben de kanaaldijk maar een tijdje uit de weg gegaan.

Je mag ervan uitgaan, dat geen van hun wortels rioleringen konden ontwrichten (argument, vernomen vanwege die andere bomen). Inmiddels lijkt duidelijk waarom het is gebeurd: men heeft een esthetische schijn van ongecontroleerde groei tot stand gebracht. De bomen en struiken langs de kanaaldijk staan er nu bij, als zijn zij juist aan komen dwarrelen: elk van hen kleeft een soort theatrale onafhankelijkheid aan. ‘Kijk mij toch eens, helemaal op eigen houtje mijn eigen weg zoeken!’ Landschapsarchitectuur van de meest aanstellerige soort.

Toegegeven, je ziet nu veel beter de betonfabriek aan de overkant.
Daar maken ze rioleringsbuizen. Dus misschien toch?