Eland te Valencia


Wonderlijk… Waar zie je zoiets nu aan?

Al sinds jaar en dag ben ik, zeer besmuikt geef ik het toe, PSV-supporter. Dat betekent, dat ik nu de wanhoop nabij zou moeten zijn, als ik verder niet voldoende reden van bestaan had.

Maar toch.

Gisteren, zo rond de 70e minuut van die wedstrijd tegen Valencia, overkwam mij het gevoel alsof nog niet alles verloren was. Vooral: dat je dat ook kon zien. Alsof er nieuw zelfvertrouwen in de ploeg kroop; alsof men zich realiseerde dat nog niet alles verloren was. Was het iets in de houding? Was het simpelweg de terugkeer van enig veldoverwicht? Kwam het doordat Valencia enigermate hautain achterover begon te leunen, waardoor de elf van PSV automatisch meer gelegenheid kregen met enig positief flair op te doemen voor de camera?

Hoe dan ook: het was vooral een moment met Toivonen, even zo’n flits waarbij het leek alsof hij zich hervonden had. Of vooral: alsof hij zich realiseerde dat hij het op deze manier wel kon schudden bij de een of andere ploeg uit de Premier League. Ja, dat, als hij zo verder ging, hij het inzake Greater Manchester nooit verder zou schoppen dan Rochdale. Dat is de ploeg die al sinds 1974/5 in de allerlaagste divisie speelt, die daarom tegenwoordig ook spottend de Rochdale-Division wordt genoemd. Het cynisme van de gemiddelde profvoetballer is tenslotte welgedocumenteerd, maar eerlijk is eerlijk: Toivonen is nog niet zo ver gegaan als Rat van Nistelrooij, die ooit zijn diepe liefde voor de club betuigde om dan twee weken later een contract met ManU te ondertekenen.

Wat zijn beweegredenen ook waren, opeens leek Toivonen weer aanwezig. Waar hij na het vierde Spaanse doelpunt nog uit zijn ogen blikte, alsof hij juist in Zweedse streken geen eland maar een nijlpaard voor zijn motorkap had zien wegschieten, bevond hij zich opeens welbewust aan de bal. Het was nu of nooit, het was zo meteen of Rochdale.

Ik moet overigens toevoegen, dat zelfs elanden, zoals ik uit betrouwbare bron heb vernomen, beslist niet elke dag voor Zweedse motorkappen opduiken. Die ene die ik tijdens een vijfdaags verblijf in die positie heb mogen aanschouwen, was de grote uitzondering. Het kan dus zijn, dat ook Toivonen zich zo’n onwaarschijnlijke elandenmoment in Zweedse binnenlanden herinnerde. En dat ik hem juist zag denken: ‘Als dat kan, kunnen we ook nog doelpunten maken. En dan ontkom ik alsnog aan Rochdale.’

Ik begin het hem stilaan te gunnen.