De kunsten als West Highland White Terriër


Dacht je dat je alles gehad had, krijg je NRC Handelsblad.

In het hoofdredactioneel commentaar op de Opinie & Debat-pagina’s lanceert de redactie een nieuw artistiek criterium. De kunsten moeten de wereld vrolijker maken, dan krijgen ze vanzelf meer publiek.

Ik wil wel eens weten, wat het aandeel vrolijkheid is aan, pak weg, de Guernica van Pablo Picasso.

Wat is het aandeel cabaret aan dit schilderij? Het aandeel West Highland White Terriër aan dit schilderij van wanhoop en pijn? Ik althans vind die pluizige witte hondjes typische gevallen van loslopende vrolijkheid. Probeer maar eens niet te glimlachen, als je ze in al hun poezelige eigenwijsheid in het park aan je voorbij ziet trippelen.
Dus, redactie, welk van al die afgerukte, krijsende en kermende hoofden is een geval van West Highland White Terriër? Of, als de redactie minder van hondjes houdt, welk van deze hoofden heeft het Toon Hermans-effect?
Of zit hem dat in het diep donkere zwart, waarvan het schilderij doortrokken is? Of zit het hem in de machteloos stralende lampen, of het krijsende paard, de wanhopig uitgestrekte vingers? Lachen!

We weten nu in elk geval vanuit welk criterium het blaadje van Lux et Libertas dit jaar de kunsten gaat recenseren, of zelfs: gaat bepalen welke kunstuiting überhaupt voor een recensie in aanmerking komt.
En wie niet of slecht besproken wordt, weet: hij had meer West Highland White Terriërs door het beeld moeten laten lopen. Hij had beter moeten leren kwispelen. Hij had netjes moeten opzitten en met een guitig koppie een pootje uitsteken. Want alleen dan krijg je van Lux et Libertas je koekje.