TT / FM


Beeldend kunstenaar Toon Teeken (met wie ik samenwerkte voor Verpoosd in schaduw; aan wie ik een cyclus wijdde in Deze rouwmoedige schoonheid en voor wiens monografie More is more ik de inleiding verzorgde) maakte dit schilderij van de Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker (geb. 1924).

Mayröcker is de grande dame van de Duitse poëzie, en heeft (met inbegrip van haar voor Nederlandse begrippen ongehoorde proza) inmiddels een immens oeuvre op haar naam staan. Op mijn eigen poëzie heeft ze een niet te onderschatten invloed uitgeoefend, sinds die ene dag dat ik een Kleefse boekhandel de Suhrkamp-uitgave Ausgewählte Gedichte ontdekte. In Nee, maar het gebeurt wijdde ik een essay aan haar roman Lektion.

Mayröcker, hoewel inmiddels danig op leeftijd, publiceert nog volop, en is sinds 2001 draagster van de belangrijkste Duitse literatuurprijs, de Georg-Büchner-Preis. Haar invloed op de Duitse poëzie van de laatste decennia is aanzienlijk.

Onderstaande vertaling van een gedicht uit 1965 verscheen eerder in De canon van de Europese poëzie, onder redactie van Ilja Leonard Pfeijffer en Gert-Jan de Vries (2008).
Het gedicht is voor die periode uit haar werk zowel typerend als poëticaal van belang. In haar latere periode wijdt ze zich meer aan dagelijkse ervaringen en briefachtige gedichten, die echter evenzeer via allerlei netwerken van betekenis en allusie worden uitgebreid. De gedichten fungeren daardoor als een constant doorschrijvende, hoewel steeds weer onderbroken vertelling van de wereld.

Verspreide maatschappijen of: ‘scattered society’
(‘eigen-vertaling’)

‘..dit grijsblauwbewolkt in de ogen; maar met vastberaden afscheidsblik;
want zoveel liefde ontvangen;
zich klein gespeeld –
een ui; naamloze zotheden; een tafel simpelweg opheffen!
exacte grenzen opheffen (wat; binnen-buiten; eigen-vreemd:?)
in een teak-houtenmeubel-magazijn zich simpelweg uitkleden;
een pakje vol zingen – (heb ik niet jarenlang; misschien hoegenaamd)
mijn stoel met hoge leuning; nekkussen; relaxfauteuil; gestoffeerd; oorkleppen;

aan een draai-orgel: wonderful copenhagen!
eigenlijk vergeefs / een boel klei-duiven uit Mexico;
en geen melding maken; het zwerfkwispelt;
zodra mijn rechter; linker;
wij blaasbalgen!
strookt met kalme fauteuil-trant; series in de vorm van stewardessen;
de hele maand lang;
on-magisch;
enkel vanzelfsprekend simpel / man; vrouw;
gerieflijk; inwisselbaar;
in de slaapwagon pony-fran;
de aangename duif: overal
de olijvenrank –
geur van het leven..

zeven-zijdig; zalig-mondeling;
danken mijn ogen helder water aan
(gevangennam –): prima; prima;
krijgslied tegen Karel romein vijf;
(de Ellok in de laatste stuiptrekkingen / mijn Trix-Expres naar Minden-Deutz)
pal naast Gretna-Green;

Donau-vissen / ketens;
zomerse oevers;
een verschrikkelijke opgraving;
Lemberg / radeloos leven –

kathpress bij de Hohenzollern;
in de East-River gevallen;
heeft dalnevel;
is op een andere ster geland;
is Billy’s en Bessy’s; is Anna’s en Shirley’s; is Peters en Peggy’s (tante);
Ferd. (punt) Fischer!

                .. en terug naar de enigen –

                (scattered society) ..’