Uit: Nevels orgel (1993)
| randen mijn kind randen dat zijn de dingen waar het om gaat |
akkoord
sta dan nog even twee rusteloze weken toe
daarna schakelen we alle klokken gelijk
met het centraal uurwerk in de nok van het
plaatselijk hoofdkantoor van de nationale bank
ik verzeker je
dat dan de kalmte voor altijd weerkeert
begrijp ik heus
laat de gakkerende rotganzen nog voor de deur van het café
en het zwartharig meisje sluit de zaak inderdaad nog niet
op tijd
daar staat tegenover dat de minuten zich al verzilveren
niet meer het zwaarmoedig sprankelende licht
nee slimme mannen mennen de eerste renpaarden
een eenling spreekt wijs
bootjes zijn bootjes
hoe snel ze ook varen
wellicht als mooie werkelijkheden en dat juist denken
in pagodes aardorgel
regenreuzins straatveger
ook luciferstroom wil apostelen
verlok en pomp
gloeiend doorgroeien spint
laddertegeltjes
fietsen schietstoel de fontein
van de eeuwige brandweertrap omhoog
maar gedachten en vergankelijkheid van verlangens
aanwakkeren noch stillen
kleedt spinnerij
boven schijnen zwavelaarde
taal in
rok en trui en vonk
van akoestische viswol
daarom zingen de gebouwen
barnsteen meisjes hersenwalsen en en
ze stromen licht zo
ze vertakken en voegen glippen de gevel op
ja want stut verzaakt al aan bevelen ja
microfoon in rottingstuintje prikt
ook
| overschaduw kamer niet lang |
wolken bewegen kalm
dat is gemakkelijk
boven groepen winkels