welkom werken voorbeelden interview links pers vertalen

 

 

 

Inleiding Koreaanse poëzie

 

Ho Nansorhon

Chong Ch'ol

Kim Sowol

Chong Ji-Yong

Yi Sang

So Chong-Ju

Yun Dong-Ju

Ku Sang

Chong Chin-Kyu

Oh Gyu-Won

Moon Chong-Hee

Kim Sang-Mi

Ki Hyong-Do

Cho Chong-Kwon

Yi Won

 

 

 

 

 

 

 

Yun Dong-Ju

 

 

Yun Dong-Ju werd in 1917 geboren in de provincie Noord Kando, Mantsjoerije. Dat nu officieel in China gelegen gebied behuist al sinds jaar en dag etnische Koreanen. Toen Yun Dong-Ju geboren werd, viel de provincie echter onder het Japans koloniale bestuur over Korea. En het is met dat Japanse koloniale bestuur dat de dichter vanaf de middelbare school in Pyongyang in onmin leefde.

Later, als student in Seoul, raakte hij steeds verder doordrongen van de gevolgen van de Japanse rassensegregatie. Het weerspiegelt zich in de sombere toonzetting van zijn poëzie in haar zoektocht naar identiteit. Een gedicht als het hier opgenomen Zelfportret, uit de jaren 1930, spreekt niet alleen van een zoektocht naar de eigen, individuele identiteit, maar ook van de verloren Koreaanse identiteit. Het zijn de dagen waarin de Japanners het de Koreanen ontzeggen Koreaanse namen te dragen, Koreaans te spreken.
De spanningen waaronder Yun Dong-Ju leefde, verlenen hoge intensiteit aan zijn ogenschijnlijk zo eenvoudige verzen. Die eenvoud vond mede zijn oorsprong in Yuns schrijven van poëzie voor kinderen.
Maar aan het schrijven van die poëzie kwam door diezelfde omstandigheden een einde. Yun Dong-Ju vervolgde in 1942 zijn studies in Japan, maar werd een jaar later wegens staatsondermijnende activeiten als 'intellectueel crimineel' veroordeeld tot twee jaar gevangenissstraf. Kort voor het uitzitten van die gevangenisstraf overleed hij, in 1945, aan de gevolgen van marteling.

De poëzie van Yun Dong-Ju heeft haar aanleiding, haar omstandigheden ruimschoots overleefd. De kinderlijke eenvoud, scherpe beknoptheid, rake helderheid doordringen de lezer ook nu van een vervreemding die altijd weer van de lezer spreekt, niet (alleen) van het koloniale Korea.

 

 

Zelfportret
De straat
De vloeiende straat

 

 

 

 

 

*

 

ZELFPORTET

 

Ik loop rond de berg, kom in mijn eentje niet verder dan de afgelegen bron aan de rand van het rijstveld, kijk daar zwijgend in.

In de bron schijnt de maan, drijven wolken, spreidt zich de hemel uit, waait er een blauwe wind en het is er herfstig.

En er is een man.
Maar hoezo: vol ergernis over de man loop ik ervandoor.

In het weglopen bedenk ik me, ik krijg medelijden met de man.
Ik ga terug, kijk, de man is er gewoon.

Ik erger mij opnieuw aan die man, loop ervandoor.
In het weglopen bedenk ik me, ik verlang naar de man.

In de bron schijnt de maan, drijven wolken, spreidt zich de hemel uit, waait er een blauwe wind en het is herfstig, en als een herinnering is daar de man.

 

 

*

 

DE STRAAT

Ik ben iets kwijt.
Ik weet niet waar ik wat kwijt ben,

ik tast in beide broekzakken,
ga de straat op.

Eindeloos rijgt zich steen aan steen aan steen,
de straat hult zich in een stenen muur.

De muur sluit de ijzeren deur potdicht af,
hangt lange schaduwen over de straat

en de straat trok van de ochtend naar de avond,
van de avond naar de ochtend.

Terwijl ik tast langs de stenen muur, betraand
en met blikken omhoog, oogt de hemel beschaamd blauw.

Dat ik over deze grassprietloze straat loop
is reden genoeg om ginds te blijven, bij de muur,

en dat ik leef, is simpelweg de reden
waarom ik zoek naar wat ik kwijt ben.

 

 

 

*

 

DE VLOEIENDE STRAAT

In een waas vloeit de mist. De straat vervloeit. Waar vervloeien toch die treinen, auto's, al die wielen heen? Zonder haven om in te ankeren, afgeladen vol met betreurenswaardige mensen, in mist ondergedompeld, de straat,

als ik mij aan de rode brievenbus op de hoek van de straat vastklamp, de vaag glanzende straatlantaarns in het vervloeien van alles, dat ze niet uitdoven, waarvan is dat een symbool? Lieve vriend Park! En Kim! Waar zijn jullie nu? Eindeloos vloeit de mist,

“op de ochtend van een nieuwe dag vatten wij elkaar weer innig bij de polsen” hebben wij die letters eenmaal opgeschreven, in de brievenbus gegooid en wakker gelegen van het wachten, dan: in de gouden knoop verzonken in het gouden insigne, de bezorgafdeling die glinstert als een reus, samen met de ochtend vol blijdschap op komst.

Vannacht vloeit mist zonder er bij stil te staan.

 

*

Querido/Vantilt

 

laatste wijziging: 11 juli 2008