| welkom | werken | voorbeelden | interview | links | pers | vertalen |
|
Inleiding Koreaanse poëzie Ho Nansorhon
|
Yi Sang leefde niet lang: van 1910 tot 1937. Maar hoe kort hij ook geleefd mag hebben, hij is van blijvende betekenis voor de Koreaanse poëzie, en niet alleen omdat één van de belangrijkste Koreaanse literaire prijzen naar hem is vernoemd. Yi Sang schokte de Koreaanse poëzie met zijn vaak wetenschappelijk en strikt logisch aandoende gedichten die desalniettemin zicht boden op een immense afgrond. Een van zijn belangrijkste werken, de hier als Onder kraaienoog vertaalde reeks Ogamdo had eigenlijk 30 gedichten moeten tellen, maar de publicatie per gedicht in een krant moest na vijftien gedichten worden afgebroken wegens protesten van de lezers. De reeks bestaat deels uit haast mathematische gedichten, waarin dan ook cijfers en geometrische figuren opduiken. Bovendien was het taalgebruik wetenschappelijk beknopt, leek een gedicht meer uit formules dan uit poëtische taal te bestaan. Let wel: in het westen duurde het tot in de jaren zestig van diezelfde eeuw voordat men überhaupt op het idee kwam. Uit de reeks in kwestie staat hier voorlopig een van de eenvoudigste gedichten vertaald. Overigens geldt Yi Sang ook als degene die het prozagedicht in de Koreaanse literatuur introduceerde. Onder kraaienoog, Gedicht 9
uit: Onder kraaienoog Gedicht 10: De vlinder
BEWEGINGEN
bovendebeganegrondbovendeeersteetagebovendetweedeetagenaardetuinvanhetdakterrasgeklommenkijkiknaarhetzuidendaarisnietskijk
iknaarhetnoordendaarisnietsonderdetuinvanhetdakterrasonderdetweedeetageonderdeeersteetagenaardebeganegrondafgedaalddezonkom topinhetoostengaatonderinhetwestenkomtopinhetoostengaatonderinhetwestenkomtopinhetoostengaatonderinhetwestenkomtopinhetoost enomdathijmiddenaandehemelisaangekomendekloktevoorschijnhalenalstaathijstilhijgeeftdejuistetijdaanmaardeklokeerderdandatdeklok nietjongerisdanikbeniknietouderdandeklokhoejeerookingeloofthetzalbeslistzozijndusuiteindelijksmeetikdeklokweg
AFGROND De bloem is onzichtbaar. De bloem geurt. Geur in volle bloei. Ik graaf er mijn graf. Ook het graf is onzichtbaar. Ik ga zitten in het onzichtbare graf. Ik strek mij uit. Opnieuw geurt de bloem. De bloem is onzichtbaar. Geur in volle bloei. Ik vergeet het helemaal en graaf voor een tweede keer mijn graf. Het graf is onzichtbaar. Door het onzichtbare graf vergeet ik met een klap de bloem en ik ga zitten. Ik strek me werkelijk uit. Aaah. Opnieuw geurt de bloem. Onzichtbaar ook de bloem – onzichtbaar ook de bloem.
|