welkom werken voorbeelden interview links pers

 

 

 

 

 

 

Verschenen, bij Uitgeverij Querido: de roman Plooierijen van geschik.

‘Een krachttoer die zich kan meten met de hedendaagse wereldliteratuur.’
De Morgen

Vertrekpunt van deze, in menig opzicht uitzonderlijke, roman is de regentenstrijd die zich begin achttiende eeuw afspeelde in Nijmegen, de zogenaamde ‘plooierijen’. Maar alras meandert het naar Koreaanse meisjes die in de spiegel hun borsten bewonderen, naar olifantenpoten die hoofden verpletteren, naar een gans die het over liefde heeft. Op de wijze van de I Tjing, dus in 64 hoofdstukken, nemen bijna evenveel vertellers een aspect van het mensenleven voor hun rekening. En daarmee ontstaat een literair bouwwerk dat zijn weerga niet kent, een wonder van talige schoonheid, een puzzel die de intelligentie tot het uiterste tart.

Bovenstaande inleiding is terug te vinden op het omslag van Plooierijen van geschik. Het citaat uit De Morgen is afkomstig uit een bijdrage van Bert Bultinck uit het jaar 2000. Die besprak het manuscript van de eerste versie. Zijn verhaal vindt u hier. Let wel, de door Bultinck besproken versie wijkt af van de roman zoals hij uiteindelijk in boekvorm is verschenen.

Fragmenten uit de definitieve versie vindt u hier.

 

REACTIES

 

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2008 nam Plooierijen van geschik op in haar longlist. De shortlist bleef echter buiten bereik.
In de Libris-publieksfolder zegt Trees Nelissen van Van de Ven's Boekhandel te Soest onder meer:
Fabulerend en fantaserend, historiserend en hallucinerend, zo mag je het taalgebruik wel omschrijven. [...] Toch vormen al die verhalen wel een geheel, en is de roman misschien wel strakker geregiseerd dan je als argeloze lezer zou vermoeden.

Ook de jury van De Gouden Uil 2008 plaatste Plooierijen van geschik op haar longlist. Ook hier werd de shortlist niet bereikt.

Koen Eykhout van het Limburgs Dagblad kan het daar alleen maar mee eens zijn.
Volgens hem is het boek een pendant van de slowfood beweging en juist helemaal niet ontoegankelijk, zoals sommigen beweren. Hij legt verbanden tussen verschillende verhalen in het boek, legt bloot in hoeverre Hüsgens verhaal over de Plooierijen afwijkt van het officiële verhaal, laat zien hoe sterk het boek op de werkelijkheid betrokken is, maar hoe het tegelijkertijd ook een sprookjesboek is. Eykhout sluit af:
Plooierijen van geschik is uniek in zijn polyfonie en weldadig aandoende afwisseling van taal, stijl en ritme. Thomas Rosenboom, Louis Ferron, A.F.Th. van der Heijden en, vooruit dan, William Faulkner, zijn hooguit enige van de referentiekaders om de schittering van het boek te duiden. Heb ik al gezegd dat het grappig is? Ontroerend? Gedurfd? Grensoverschrijdend? Anekdotisch interessant voor wie Nijmegen en Venlo – waar Hüsgen lange tijd woonde – een beetje kent? Stilistisch knap, omdat het je alle leggers van de taal laat zien? Bij dezen. Maar: lees het volgens de regels van Het Nieuwe Lezen. Woord na woord, zin na zin, alinea na alinea. Voor mijn part luid. En leg het dan even weg. Tijd zat. Slow Reading. Proevend genieten. Van een ernstig spel, gebeeldhouwd in een Nederlands dat er zich niet voor hoeft te schamen mooi te zijn. Erg mooi.

Niet onverdeeld positief is Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer. Hij opent zijn recensie met een lange litanie over het verschil tussen 'beleefde' en 'onbeleefde' boeken. De roman van Hüsgen is een van die onbeleefde boeken 'waar de ontwikkeling van de romankunst het uiteraard van moet hebben. Zonder onbeleefdheid geen ontwikkeling.'
Toch stoort 't Hart zich in alle veelheid van vertellers met name aan een vermeend gebrek aan 'uitleg of een uitweg, laat staan een handreiking.'
Dat is opmerkelijk omdat bijvoorbeeld op p. 124 te lezen valt:

de plooierijen van geschik, bewegingen van vertrouwen en verraad tot een wereld waarin je elkaar hopelijk nog terugvindt.

Hoe dan ook, 't Hart besluit met opmerkingen die doen vermoeden dat hij toch wat handreikingen is tegengekomen: Hüsgen probeert de theorie van Leibniz over monades, ondeelbare eenheden waaruit de wereld bestaat en waarin het hele universum ligt opgesloten, over te brengen naar romankunst. Vandaar ook zijn probleemloze overspringen van plaats naar plaats en van tijd naar tijd.[...] Poging geslaagd, zou ik zeggen, lezer overleden.
Misschien komt dat doordat volgens 't Hart 'onbeleefde boeken' 'lezers domkoppen' vinden.
Toch zegt Hüsgen in een interview met De Gelderlander: 'Ik heb enorm veel vertrouwen in de lezer.'

In een beschouwing over de Libris-longlist zegt Arjen Fortuin in NRC Handelsblad: 'Misschien wordt Plooierijen van geschik ooit herkend als meesterwerk.' Hij is er zelf, ondanks 'prachtige passages' nog niet aan toe, maar Hüsgen is in ieder geval een van de schrijvers 'die houden van een pleziertje, de lezer mag op het verkeerde been worden gezet.'

Max Pam in HP/De Tijd beschouwt de Libris-longlistvermelding voor Plooierijen van geschik daarentegen als bewijs dat de jury 'niet goed snik' is. Zijn argumentatie bestaat uit het napraten van 't Harts slotakkoord en een eerder stukje van Arie Storm, waarover later meer.

.

Bert van Raemdonck bespreekt het boek voor De Leeswolf. Hij heeft waardering voor 'Hüsgens experimenteerdrift', maar heeft geen idee waar het boek over gaat, en neemt aan dat het boek bedoeld is als een schoolvoorbeeld van postmodernistische clichés. Toch treffen we in de roman plaatsen aan als:

Juist uit overvloed aan tekens tracht de schrijver naar eenvoud, het dorpse. Wat is eenvoud waard, komt zij niet uit veelheid voort?

Volgens Thomas Vaessens in De verstoorde lezer is interesse in de eenvoud nu juist een schoolvoorbeeld van niet-postmodernistische literatuur.

In een andere vliegensvlug verschenen bespreking (Het Parool) is Arie Storm de eerste die doet voorkomen alsof de roman louter bestaat uit lange zinnen. Dat is onjuist: Plooierijen van geschik kent tal van hoofdstukken met zinnen van gemiddelde lengte of soms zelfs ultrakorte zinnen.
Dat verschil roept twijfels op omtrent de rest van Storms oordeel: 'elke zin is gebaseerd op een flauwiteit.'

Ook Elbrich Vreeling doet op Recensieweb alsof het boek louter uit 'lange, ingewikkelde zinnen' bestaat: dat is dus niet waar.
Voor het overige zwalkt de recensie tussen bewondering ('prachtig geschreven') en afkeer ('moeilijk'). Het centrale bezwaar is dat Hüsgen te veel tegelijk heeft willen behandelen. Vreeling vermeldt niet dat juist dat een hoofdthema is uit het vierde en laatste deel van het boek.
Vreeling besluit niet helemaal in mineur: 'Degenen die van geploeter, gepuzzel en lange, samengestelde zinnen houden zouden dit boek beslist moeten lezen! Hüsgen biedt je een absolute uitdaging met zijn Plooierijen van geschik; er valt veel te ontdekken, te leren en te genieten.'

Bij BN De Stem heeft men moeite met het lezen van het omslag. Zoals daar duidelijk vermeld staat, worden de 64 hoofdstukken door 'bijna evenveel vertellers' verteld. Vijf hoofdstukken zijn immers voorbehouden aan een personage dat zich presenteert als de auteur van het boek. Volgens BN De Stem zijn het er precies evenveel.
Deze anonieme recensent noemt het boek dan ook 'ingewikkeld, lastig en moeilijk te betreden en te duiden.' Hij besluit zijn ultrakorte recensie met ' Je mee laten voeren, hier en daar iets (denken te) snappen en weer verder. Fascinerend, maar alleen dat.'

 

Welkom op de website van Lucas Hüsgen.

 

Verschenen, bij Uitgeverij Vantilt: de essaybundel Wat een romantische droom.

Wat moeten we aan met onze beweeglijkheid? Wat betekent het dat we eindeloos moeten genieten? Wat is er zo bijzonder aan de jeugd dat je er zoveel over hoort? Schieten we er iets mee op dat onze wereld er steeds mooier op lijkt te worden? Raken we daarmee niet ook schoonheid kwijt? Wat moeten de vogels en het plankton met de mensen aan? Dreigen door onze verlangens niet allerlei gevaren? Kunnen we daar iets tegenover stellen? Heb je nog iets aan poëzie?
Op dit soort vragen zoekt Lucas Hüsgen een antwoord in Wat een romantische droom. Zijn intense en vaak humoristische dwaaltocht brengt onder andere een bezoek aan de glamrock van Marc Bolan, de samenhangen tussen Mohammed Atta en The Usual Suspects, de dans van Isadora Duncan, de industrie in China, de bergen van Korea, de update van Limits to Growth en de sprekers van de taal Wangaaybuwan-ngiyambaa.
Toch raken we nergens het spoor bijster, en tot slot bouwen zingende bouwvakkers zelfs nog een huis. Als dat maar goed gaat...

Voor enkele fragmenten uit Wat een romantische droom klikt u hier.

 

REACTIES

 

Dr. D.G. van der Steen, recensent voor NBD/Biblion stelt dat Hüsgen in deze bundel 'exclusieve bloemen' leest 'zoals een topkok zijn gerechten componeert.' Ze worden daarbij behandeld als 'wederzijdse vrienden' van lezer en auteur.
Al met al is Wat een romantische droom volgens deze recensent 'intrigerend en uitnodigend van inhoud, fraai van vorm, zorgvuldig geforumleerd.'

Marc Reynebeau levert in De Standaard een signalement van de bundel samen met de essaybundel van Geert Buelens, Oneigenlijk gebruik. Over de betekenis van poëzie.
Hij bespreekt ze vooral vanuit de vraag wat poëzie doet met taal:
Als het goed is, stelt het gedicht de taal weer op scherp door te wijzen op de slijtage en de meestal onbewuste conventies, vooroordelen en eenzijdigheden die er bij het niet-oneigenlijke, dagelijkse gebruik altijd in sluipen.
Dat doet de poëzie niet alleen met de taal zelf, maar vooral met wat daarmee wordt gezegd. Zo creëert ze een universum waarin ruimte bestaat voor expressie, kritiek, reflectie, voor iets nieuws of iets onverwachts, kortom, voor mentale vrijheid. Of zoals het bij Hüsgen heet: 'De wereld vindt bewoonbare schoonheid in de vrije beweging van het gedicht.'

Dirk de Geest schrijft in De Leeswolf: Een essay van zijn hand kan moeiteloos een aanvang nemen bij een jazzregistratie om te eindigen bij een boek of de zoveelste film. In dit opzicht zijn deze essays volwaardige literaire creaties, die je als lezer met ingehouden adem leest. Hüsgen is nl. een briljant, barok stilist. Het een en ander resulteert volgens De Geest in Een boek dat geen gulzige of gerichte lectuur toelaat maar net daardoor belangrijk blijft, als pleidooi voor de kunst en als kunstuiting.

Querido/Vantilt

laatste wijziging: 29 april 2007